Informatie

Autisme

Wat is het en hoe ontstaat het?

ASS houdt een breed spectrum in aan (uitings)vormen van autisme, zoals klassiek/ Kanner-autisme, stoornis van Asperger/ Asperger syndroom, PDD-NOS met subgroep McDD[3]. Sinds diagnostisch handboek DSM 5 uit is, zijn genoemde subgroepen komen te vervallen. Naast dat bij iedereen autisme anders is, heeft ook iedereen met autisme een andere intelligentie, karakter, persoonlijkheid en achtergrond. Toch kent autisme veel herkenbare typische symptomen zoals stereotyp gedrag of interesses, opvallend gericht zijn op details, schijnbaar geen of bijzonder in het (oog)contact, herhalend gedrag (verbaal, spel, etc.). Een anders aangelegd, ontwikkeld brein verklaart dit anders functioneren. Het verhaal áchter deze typische fenomenologische (uiterlijk zichtbare) kenmerken zegt nog meer over wat ASS voor de persoon met ASS betekent in zijn of haar leven en omgeving. Dit verhaal te vertellen is een waardevolle en grote uitdaging, juist bij deze informatieverwerkingsstoornis. Waar sommige mensen de positieve aspecten van het anders zijn door autisme benadrukken en/ of ervaren wordt autisme door andere ASS-ers ervaren als een zware beperking, een ‘gevangenis’. Beide visies en ervaringen kunnen uiteraard naast elkaar bestaan.

  • Mensen met autisme hebben hersenen die anders aangelegd zijn;
  • Mensen met autisme hebben als gevolg hiervan een andere manier van informatieverwerking;
  • Vaak hebben mensen met autisme ook een andere zintuiglijke prikkelverwerking;
  • Mensen met autisme hebben veel eerder stress, ook wel “0verprik-keling” dan mensen zonder autisme, “neurotypen” (NT-ers);
  • Er is vaak een vertraging in de rijping van het centraal zenuwstelsel;
  • Er is vaak een vertraging in de sociaal-emotionele ontwikkeling;
  • Bij mensen met autisme kun je een regenboog aan ontwikkelings-leeftijden ervaren;
  • Autisme is afgeleid van het Griekse woord “autos” wat “zelf” betekent. Mensen met autisme lijken vaak op zichzelf gericht. ASS-ers hebben er vaak moeite mee gericht te zijn op ‘de ander’ en ervaren problemen in het sociale contact, de communicatie over en weer, de “wederkerigheid”.

Autismespectrumstoornissen (ASS) komen voor bij ongeveer 0,6% van de bevolking. Het meest recente onderzoek (2017) toont aan dat oorzaak voornamelijk genetisch is en te herleiden is tot specifieke genen waarbij mutaties leiden tot het ontstaan van een autistisch brein.

In eerste instantie werden ASS vooral in verband gebracht met de opvoeding en in het bijzonder met een afstandelijke houding van de moeder (Bettelheim 1967; Kanner 1943). Rond de jaren 70 en 80 werd definitief afstand genomen van deze visie en zocht men de oorzaak vooral op genetisch vlak. Op basis van onderzoek in de jaren 70, 80 en 90 is lang gedacht dat ASS met name erfelijk bepaald zijn en slechts voor een klein deel gerelateerd zijn aan omgevingsfactoren volgens Spek (2014). Onderzoek in 2016 wees op een erfelijkheidsfactor bij ASS van 35 tot 60%. Omgevingsfactoren zouden een grotere rol spelen dan eerder werd gedacht en fungeren mogelijk als trigger voor het ontstaan van ASS, bij mensen met een genetische kwetsbaarheid op dit gebied. In het algemeen is volghet de vraag of erfelijkheid en omgevingsfactoren als twee aparte factoren gezien moeten worden; zo komen bepaalde genetische factoren pas tot expressie in interactie met bepaalde omgevingsfactoren aldus Spek. Wat betreft de etiologie, het ontstaan, van ASS werd gedacht aan een combinatie van genmutaties, waarbij omgevingsfactoren kunnen zorgen voor de trigger(s) waardoor de stoornis al dan niet tot uiting komt. Dit zou mede kunnen verklaren waarom het ene kind in een gezin wel ASS krijgt en het andere niet. Een aantal omgevingsfactoren die in verband zijn gebracht met een verhoogde kans op ASS zijn de leeftijd van ouders, geboortecomplicaties, infecties bij de moeder, middelengebruik en stress.[1] Naast risicofactoren zijn er ook aanwijzingen voor beschermende factoren, zoals het gebruik van foliumzuur voor en tijdens de zwangerschap (Surén P, Roth C, Bresnahan M, Haugen M, Hornig M, Hirtz D, e.a. 2013). [2] Bij veel mensen met ASS gaat het waarschijnlijk om een (unieke) combinatie van genafwijkingen en omgevingsfactoren die elkaar wederzijds beïnvloeden. [1]  Dit sluit goed aan bij de klinische ervaring dat elke persoon met een ASS uniek is, concludeert Spek (2014).

Autisme: behandeling en begeleiding

“Autisme is niet te genezen, onbegrip gelukkig wel”, is in 2015 de slogan van de jaarlijks autismeweek georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) en het AutismeFonds. Deze slogan geeft mooi aan dat:

  1. autisme geen ziekte is, maar een anders zijn door andere hersenaanleg. Bij de ongemakken die voortkomen uit dit anders zijn in een wereld die vooral ingericht is door en voor mensen zónder autisme, kan behandeling en begeleiding nuttig zijn.
  2. begeleiding van ‘de ander’ erg belangrijk is. Onbegrip, veroorzaakt door het niet weten, vooroordelen doordat de nadruk op het typische voorkomen van “de autist” ligt vaak maar zeker ook door de communicatieverstoring die ASS geven, moet aangepakt worden, willen mensen met en zonder autisme met wederzijds begrip kunnen samenleven.

[1] Tijdschrift voor psychiatrie 56 (oktober 2014, Spek, A.A.);

[2] onderzoek foliumzuur/ autisme

[3] Nederlandse Vereniging voor Autisme, NVA;

Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme (WTA)  (augustus 2002, Delfos, M.F.).

 

TOS (Taalontwikkelingsstoornis)

Volgens Kentalis[4]  heeft 5% van de bevolking een TOS.  Door een autisme spectrumstoornis is de taalontwikkeling verstoord en vertraagd. Het is goed om er vroeg bij te zijn om de taalontwikkeling te stimuleren.

– [4] Kentalis;

– TOS;

artikel TOS en autisme.

 

Vaktherapie Drama

Dramatherapie is een behandelvorm waarbij het ‘doen alsof’ wordt ingezet als middel tot verandering. Door te doen kun je ervaren, voelen wat kan leiden tot leren, verwerken, accepteren, etc. De therapeut kiest een tegenrol die je helpt in je spel dat te ervaren dat je nodig hebt om te leren in je proces. In het dagelijks leven nemen we verschillende rollen op ons. In spel kan met deze rollen ‘gespeeld’ worden. Nieuw gedrag kan bv. worden geoefend op een “veilige” manier: je wordt niet direct in het echte leven geconfronteerd met de gevolgen.

Nederlandse Vereniging voor Dramatherapie.

 

Applied Behavior Analysis (ABA)

ABA staat voor Applied Behavior Analysis, ofwel: toegepaste gedragsanalyse. ABA is een wetenschappelijke in Amerika ontwikkelde benadering, waarbinnen onderzoek wordt gedaan naar hoe de (sociale) omgeving ons gedrag beïnvloedt en hoe ons gedrag de (sociale) omgeving beïnvloedt. Aan de hand van principes van ABA wordt gedrag van mensen nauwkeurig geobserveerd, beschreven, verklaard en indien gewenst veranderd. (naar dr. Adema, M., BCBA-D, 2012). ABA is gestoeld op de leertheoretische behavioristische principes van Ivar Lovaas en kent verschillende behandelvormen waaronder de hieronder omschreven verbale gedrags benadering.

Dutch ABA (DABA);

Onderzoek en behandeling.

 

Verbal behavior approach

De VB-mapp (Sundberg) is een eenvoudig te hanteren monitoringsprogramma waarmee de vroege verbale ontwikkeling van het kind bijgehouden kan worden. Sundberg baseert zich op de gedragstheorieën van Skinner (1957).

Nynke Spelenderwijs gebruikt voor het opstellen van een (verbaal) behandelplan meerdere middelen en laat zich graag adviseren door logopedisten en linguïsten zeker waar taal-spraak problemen veroorzaakt lijken te worden door meer dan alleen een ontwikkelingsachterstand veroorzaakt door autisme.

Mark Sundberg;

Skinner (1948).

 

Floortime

Floortime door Stanley Greenspan sluit aan bij waar het kind in zijn ontwikkeling is en bouwt spelenderwijs verder op sterkte kanten en mogelijkheden door een hechte relatie en interactie te creëren. Het moedigt kinderen aan zich verder te ontwikkelen tot wie ze zijn, eerder dan zich te laten beperken tot wat de diagnose zegt.

Floortime Greenspan approach.

Advertenties